Stavenisse
Stavenisse is een dorp aan de westzijde van het eiland Tholen, direct aan de Oosterschelde. Het is een karakteristiek Zeeuws voorstraatdorp: vanaf de haven loopt de Voorstraat vrijwel recht naar de kerk. Deze aanleg is geen toeval, maar gaat terug op de stichting van het huidige dorp aan het einde van de zestiende eeuw.
De geschiedenis van Stavenisse is echter veel ouder. Er bestond al in de middeleeuwen een Stavenisse, maar dat gebied werd door overstromingen uiteindelijk geheel door de zee verzwolgen. Pas na een nieuwe bedijking in 1599 ontstond het Stavenisse dat we tegenwoordig kennen.
Landbouw, scheepvaart en de ligging aan het water bepaalden eeuwenlang het leven. Diezelfde ligging maakte het dorp ook kwetsbaar. Nergens op het eiland Tholen sloeg de Watersnoodramp van 1953 zo hard toe als in Stavenisse.
Het oude Stavenisse
De naam Stavenisse wordt al in het begin van de dertiende eeuw genoemd. In 1206 is sprake van het eiland Stavenisse en in 1223 wordt de parochie genoemd.
Het achtervoegsel ‘-nisse’ of ‘-nes’ betekent een in het water uitstekende landtong. Het eerste deel van de naam wordt wel in verband gebracht met een persoon, mogelijk een vroege bezitter van het gebied.
Het middeleeuwse Stavenisse was geen veilige plaats. Het gebied werd verschillende malen door overstromingen getroffen. In 1304 vond een grote overstroming plaats, waarna opnieuw bedijkingen volgden.
Uiteindelijk bleek de strijd tegen het water niet vol te houden. Tijdens de stormvloed van 1509 ging Stavenisse verloren. Het oude land verdween onder het water en ook de oude nederzetting hield op te bestaan.
Bijna een eeuw lang zou er geen Stavenisse meer zijn zoals daarvoor.
De herdijking van 1599
Aan het einde van de zestiende eeuw waren de schorren opnieuw voldoende aangegroeid om bedijking mogelijk te maken.
In 1599 werd in opdracht van ambachtsheer Hendrik van Tuyll van Serooskerke de Stavenissepolder bedijkt. Daarmee ontstond nieuw land en kon ook een nieuw dorp worden gesticht.
Bij de aanleg werd Stavenisse planmatig opgezet. Een centrale straat liep vanaf de haven het dorp in. Dit werd de huidige Voorstraat.
Aan weerszijden verrezen woningen en andere gebouwen. Zo ontstond het typische voorstraatdorp dat Stavenisse tot op de dag van vandaag is gebleven.
De nieuwe bewoners kwamen niet alleen van het eiland Tholen. Onder de eerste inwoners bevonden zich ook mensen afkomstig van onder meer Schouwen-Duiveland, Zuid-Beveland, Overflakkee en andere gebieden.
De familie Van Tuyll van Serooskerke
De familie Van Tuyll van Serooskerke speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het nieuwe Stavenisse.
Hendrik van Tuyll van Serooskerke was als ambachtsheer nauw betrokken bij de herdijking en de stichting van het dorp. De familie bezat de heerlijkheid en oefende daarmee bestuurlijke en economische rechten uit.
Een bekende telg uit het geslacht was Hieronymus van Tuyll van Serooskerke. Hij was heer van Stavenisse en Serooskerke en vertegenwoordigde Zeeland in de Staten.
Na zijn overlijden in 1669 kreeg hij een indrukwekkend grafmonument. Dit monument bevindt zich tegenwoordig in de Hervormde Kerk van Stavenisse en behoort tot de belangrijkste historische kunstwerken van het dorp.
Het werd vervaardigd door de beroemde zeventiende-eeuwse beeldhouwer Rombout Verhulst.
Het verdwenen slot
Aan de oostzijde van de Voorstraat bevond zich vroeger het slot van Stavenisse.
Het kasteel was de residentie van de ambachtsheren en vormde samen met kerk, haven en Voorstraat een belangrijk onderdeel van de aanleg van het dorp.
Het slot moet een opvallend gebouw zijn geweest en herinnerde aan de bestuurlijke positie van de heren van Stavenisse.
Zoals bij veel kastelen en adellijke huizen verloor het gebouw uiteindelijk zijn functie. Het raakte in verval en werd rond het midden van de achttiende eeuw afgebroken.
Van het slot zelf is tegenwoordig weinig meer zichtbaar. Oude kaarten, tekeningen en archiefstukken geven echter nog een beeld van de plaats waar het heeft gestaan en van de betekenis die het voor Stavenisse had.
De Hervormde Kerk
De kerk vormt een belangrijk herkenningspunt in het dorp.
Na de stichting van het nieuwe Stavenisse duurde het enige tijd voordat een eigen kerk kon worden gebouwd. In 1616 werd met de bouw begonnen en eind 1617 was het kerkgebouw gereed.
Het was bijzonder omdat het behoorde tot de vroege Zeeuwse kerken die na de Reformatie speciaal voor de protestantse eredienst werden gebouwd.
In 1672 kreeg de kerk een nieuwe toren. Deze toren is nog altijd aanwezig.
Aan het begin van de twintigste eeuw bleek de oude kerk te klein. Dankzij een schenking van de familie Van der Lek-de Clercq kon een nieuw kerkgebouw worden gerealiseerd.
In 1910-1911 werd de zeventiende-eeuwse kerk vervangen door de huidige kerk, ontworpen door architect H.J. Jesse. De oude toren uit 1672 bleef daarbij behouden.
Het grafmonument van Hieronymus van Tuyll
Een bijzonder onderdeel van het kerkinterieur is het grafmonument voor Hieronymus van Tuyll van Serooskerke, die in 1669 overleed.
Het monument werd gemaakt door Rombout Verhulst, een van de belangrijkste beeldhouwers die in de zeventiende eeuw in de Republiek werkzaam waren.
Het bestaat onder meer uit een marmeren tombe met de liggende figuur van de overledene. Ook zijn familiewapens en andere versieringen aangebracht.
Het grafmonument vormt een tastbare herinnering aan de ambachtsheren die eeuwenlang invloed hadden op Stavenisse.
In de kerk zijn daarnaast verschillende onderdelen uit de oudere kerk bewaard gebleven.
De molen van Stavenisse
Bij de haven staat de karakteristieke stenen korenmolen van Stavenisse.
Op deze plaats stond eerder een standerdmolen. Deze ging verloren tijdens de zware storm van 9 november 1800, waarbij ook elders veel molens werden vernield.
Al in 1801 werd een nieuwe molen gebouwd. Op 13 maart van dat jaar werd de eerste steen gelegd. De stenen korenmolen werd gebouwd voor Huybert van Rossem.
De molen was van groot belang voor de agrarische gemeenschap. Het graan van boeren uit de omgeving kon er worden gemalen tot meel.
Door zijn ligging bij de haven en aan de rand van het dorp is de molen nog altijd een van de meest herkenbare historische gebouwen van Stavenisse.
De haven
De haven speelde eeuwenlang een belangrijke rol in het economische leven.
Na de herdijking werd in het begin van de zeventiende eeuw al een aanlegplaats gemaakt. Via een geul stond Stavenisse in verbinding met het buitenwater.
Schepen konden landbouwproducten aan- en afvoeren. Vooral in een tijd waarin vervoer over land langzaam en moeilijk was, vormde het water een belangrijke verkeersweg.
Later kreeg de haven onder andere betekenis voor het vervoer van suikerbieten. Tijdens de bietencampagne werden grote hoeveelheden landbouwproducten via het water afgevoerd.
Met de komst van beter wegvervoer nam deze economische functie in de twintigste eeuw af.
De haven bleef echter behouden en kreeg uiteindelijk vooral betekenis voor recreatie, watersport en sportvisserij.
Landbouw en dorpsleven
Zoals vrijwel alle dorpen op Tholen was Stavenisse sterk afhankelijk van de landbouw.
De vruchtbare zeeklei van de omliggende polders was geschikt voor akkerbouw. Graan, aardappelen, suikerbieten en andere gewassen bepaalden het landschap en het werkritme.
Boeren en landarbeiders vormden een belangrijk deel van de bevolking. Vooral vóór de mechanisatie waren veel arbeidskrachten nodig voor het werk op het land.
In het dorp zelf waren allerlei winkels en ambachten te vinden. Bakkers, slagers, kruideniers, smeden, timmerlieden en andere middenstanders voorzagen in de dagelijkse behoeften.
De haven bracht daarnaast schippers en handelaren naar het dorp.
Met de mechanisatie van de landbouw en de komst van de auto veranderde dit traditionele dorpsleven sterk. Veel kleine winkels en ambachtelijke bedrijven verdwenen.
Een zelfstandige gemeente
Stavenisse was lange tijd een zelfstandige gemeente.
Het dorp had een eigen burgemeester, gemeenteraad en gemeentehuis. Het voormalige gemeentehuis staat nog altijd bij de haven.
Aan deze zelfstandigheid kwam een einde tijdens de gemeentelijke herindeling van 1971. Stavenisse werd toen samen met de andere gemeenten op het eiland onderdeel van de nieuwe gemeente Tholen.
Het voormalige gemeentehuis kreeg later andere functies, maar het gebouw zou vooral bekend blijven vanwege de belangrijke rol die het tijdens de Watersnoodramp van 1953 speelde.
De Watersnoodramp van 1953
Geen gebeurtenis uit de moderne geschiedenis heeft Stavenisse zo diep getroffen als de Watersnoodramp van 1 februari 1953.
Tijdens de ramp braken op verschillende plaatsen de zeedijken en de havendijk. Het water stroomde met enorme kracht de polders en het dorp binnen.
In korte tijd stond het water in delen van Stavenisse meer dan drie meter hoog.
Huizen stortten in of werden door het water meegesleurd. Mensen probeerden zich te redden op daken, zolders en andere hoger gelegen plaatsen.
Het voormalige gemeentehuis bij de haven werd een belangrijk toevluchtsoord. Honderden mensen zochten er tijdens de ramp een veilig heenkomen.
Stavenisse was de zwaarst getroffen plaats op het eiland Tholen. 153 inwoners van Stavenisse kwamen om het leven. Daarnaast verloren drie mensen die elders woonden er het leven.
Voor een dorp met op dat moment ongeveer 1.700 inwoners was het verlies nauwelijks te bevatten.
Ook de materiële schade was enorm. Ongeveer 140 woningen werden volledig verwoest of zo zwaar beschadigd dat herstel niet meer mogelijk was. Vrijwel alle huizen in het dorp liepen schade op.
Redding en evacuatie
Tijdens en na de ramp vonden verschillende reddingsacties plaats.
Een van de inwoners die daarbij een bijzondere rol speelde was molenaar Van der Slikke. Hij behoorde tot de weinige inwoners die over een auto beschikten en wist met zijn bestelwagen tientallen mensen in veiligheid te brengen.
Ook de haven speelde een belangrijke rol. Vanuit Stavenisse werden inwoners met schepen geëvacueerd naar andere plaatsen.
Na de eerste chaotische dagen begon een lange periode van herstel. Wegen, dijken, huizen en landbouwgronden moesten worden hersteld.
De ramp zou het dorp zowel letterlijk als figuurlijk veranderen.
De Noorse woningen
Na de Watersnoodramp kwam uit binnen- en buitenland hulp naar het getroffen gebied.
Stavenisse ontving onder andere houten woningen uit Noorwegen. Deze zogenaamde Noorse woningen boden onderdak aan gezinnen die door de ramp hun huis waren kwijtgeraakt.
Een aantal van deze woningen werd gebouwd in wat later de Haakonstraat werd genoemd, naar de Noorse koning Haakon VII.
De woningen zijn een bijzondere herinnering aan de internationale hulp die Zeeland na de ramp ontving.
Een oorspronkelijke Noorse woning uit Stavenisse is later overgebracht naar streekmuseum De Meestoof in Sint-Annaland, waar zij als onderdeel van het watersnooderfgoed bewaard is gebleven.
Het Zeemonster
Aan de weg tussen Stavenisse en Sint-Maartensdijk staat een opvallend monument ter herinnering aan de Watersnoodramp.
Het kunstwerk staat bekend als Het Zeemonster en werd vervaardigd door beeldhouwer Gerrit Bolhuis.
Het monument werd geschonken als onderdeel van de hulp uit Noord-Holland en in 1958 onthuld.
De voorstelling kan zowel als vis als als monster worden gezien. Daarmee verbeeldt het kunstwerk de dubbele verhouding van de Zeeuwen tot het water: de zee gaf voedsel, handel en verbinding, maar kon tegelijkertijd levensgevaarlijk zijn.
Bij het monument wordt ook de hoogte aangegeven die het water tijdens de ramp bereikte.
Diepe Gat en Geulse Weel
Ook in het landschap rondom Stavenisse zijn de gevolgen van dijkdoorbraken nog zichtbaar.
Het Diepe Gat en de Geulse Weel zijn waterpartijen die zijn ontstaan door het geweld van het water bij dijkdoorbraken.
Wanneer bij een doorbraak grote hoeveelheden water door een dijk stroomden, kon achter de dijk een diepe kolk of weel ontstaan. Zelfs nadat de dijk was hersteld, bleef zo’n waterpartij vaak bestaan.
Deze plekken zijn daardoor niet alleen natuurgebieden, maar ook historische landschapselementen. Ze laten zien hoe het water letterlijk zijn sporen in het landschap heeft achtergelaten.
Wederopbouw
Na 1953 moest Stavenisse voor een deel opnieuw worden opgebouwd.
Met hulp uit Nederland en het buitenland werden nieuwe woningen gebouwd. Ook het stratenpatroon veranderde op enkele plaatsen.
Bij de kerk ontstond het Van der Lek de Clercqplein. Aan de zuidzijde werd het dorp uitgebreid met nieuwe bebouwing.
De wederopbouw betekende niet dat het oude Stavenisse volledig verdween. Vooral in de Voorstraat bleven historische woningen en gevels behouden.
Daardoor zijn in het huidige dorp verschillende perioden naast elkaar zichtbaar: het zeventiende-eeuwse stratenplan, oudere gebouwen en gevels, negentiende-eeuwse bebouwing en de woningen uit de wederopbouwperiode.
De Voorstraat
De Voorstraat vormt nog altijd de historische ruggengraat van Stavenisse.
De straat ontstond bij de aanleg van het dorp na de bedijking van 1599. De verbinding tussen haven en kerk is kenmerkend voor de planmatige aanleg van Zeeuwse voorstraatdorpen.
Langs de Voorstraat staan verschillende oude woningen en gevels uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw.
Hier woonden en werkten generaties Stavenissenaren. Er waren winkels en werkplaatsen en de straat vormde een belangrijke route tussen het centrum van het dorp en de haven.
Samen met de kerk, molen en haven geeft de Voorstraat Stavenisse zijn herkenbare historische karakter.
Stavenisse en het water
Bij weinig plaatsen op Tholen is de relatie tussen mens en water zo duidelijk zichtbaar als in Stavenisse.
Het eerste Stavenisse werd door de zee verzwolgen. Door bedijking ontstond in 1599 opnieuw land en werd een nieuw dorp gebouwd. De haven bracht vervolgens handel en verbinding met andere plaatsen.
Maar het water bleef een bedreiging. De Watersnoodramp van 1953 liet daarvan op dramatische wijze de gevolgen zien.
Na de ramp werden de dijken versterkt en veranderde het waterbeheer. De haven bleef behouden, maar werd beter beschermd.
Zo vertelt het landschap rondom Stavenisse eigenlijk de gehele geschiedenis van het dorp: land werd op het water gewonnen, ging verloren en werd opnieuw teruggewonnen en beschermd.
Stavenisse door de eeuwen heen
Stavenisse is meer dan alleen het dorp dat zo zwaar werd getroffen tijdens de Watersnoodramp.
De geschiedenis begint eeuwen eerder, met het middeleeuwse eiland en de oude parochie die uiteindelijk in het water verdwenen. Na de herdijking van 1599 ontstond een nieuw dorp, met een Voorstraat, haven, kerk en kasteel.
De familie Van Tuyll van Serooskerke, het verdwenen slot, het grafmonument van Rombout Verhulst, de zeventiende-eeuwse kerktoren, de molen uit 1801 en de historische bebouwing vertellen over de eeuwen vóór 1953.
De ramp voegde daar een ingrijpend hoofdstuk aan toe. De slachtoffers, het voormalige gemeentehuis, de Noorse woningen, Het Zeemonster en de sporen van dijkdoorbraken in het landschap houden de herinnering aan die gebeurtenis levend.
Oude foto’s, kaarten, archiefstukken, familiedocumenten en verhalen van inwoners vullen deze zichtbare geschiedenis aan.
Samen vertellen zij het heemkundige verhaal van Stavenisse: een dorp dat meer dan eens door het water werd getroffen, maar telkens opnieuw werd opgebouwd.