Scherpenisse
Scherpenisse behoort tot de oudste dorpen van het eiland Tholen. Het dorp ligt aan de zuidzijde van het eiland, midden in een oud polderlandschap waarin de strijd tegen het water, landbouw en bedijking eeuwenlang het bestaan bepaalden.
De geschiedenis van Scherpenisse kan niet los worden gezien van Westkerke. Scherpenisse en Westkerke vormden samen een van de oudste bewoningsgebieden waaruit het huidige eiland Tholen uiteindelijk is ontstaan. In de middeleeuwen bestond Tholen nog uit verschillende afzonderlijke eilanden en bedijkte gebieden. Door het afdammen van kreken en het bedijken van schorren groeiden deze geleidelijk aan elkaar.
Scherpenisse heeft daarnaast een aantal bijzondere historische kenmerken. De oude kerk, het voormalige raadhuis, korenmolen De Korenbloem en vooral het nog bestaande Kloveniersgilde herinneren aan een lange geschiedenis. In het buitengebied vertellen de Westkerkseberg, oude dijken, boerderijen en polderwegen een nog ouder verhaal.
Scherpenisse en Westkerke: oud land
Scherpenisse en Westkerke behoren tot de oudste middeleeuwse gebieden van Tholen. In een tijd waarin het huidige eiland nog niet bestond, vormden zij samen een afzonderlijk gebied dat door waterlopen van andere delen van het latere Tholen was gescheiden.
Oude bronnen spreken over het Scarpenisser Lant. Het gebied bestond uit Scherpenisse en Westkerke en stond door bedijkingen en dammen in verbinding met de omliggende gebieden.
Westkerke is voor de vroege bewoningsgeschiedenis bijzonder interessant. Bij archeologisch onderzoek zijn in de omgeving van de Westkerkseberg sporen aangetroffen die teruggaan tot ongeveer het jaar 1000.
Houtskoolresten die bij een oven in de Westkerkseberg werden aangetroffen, zijn met behulp van C14-onderzoek gedateerd rond 1015. Daarmee behoort deze omgeving tot de vroegst aantoonbare middeleeuwse bewoningsplaatsen op het huidige eiland Tholen.
Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de oudste bewoning van het eiland in algemene zin en de middeleeuwse bewoning. Elders op Tholen zijn namelijk archeologische vondsten gedaan uit de Romeinse tijd en zelfs uit de Late IJzertijd. Scherpenisse en Westkerke behoren echter zonder twijfel tot de oudste middeleeuwse kernen van het eiland.
De Westkerkseberg
Een bijzonder overblijfsel van die vroege geschiedenis is de Westkerkseberg.
Rond het jaar 1000 werd bij Westkerke een kunstmatige hoogte aangelegd. Zo’n verhoogde plaats kon in een landschap dat regelmatig door het water werd bedreigd dienen als toevlucht voor mensen en vee.
Omstreeks 1015-1025 werd de heuvel verder verhoogd. Waarschijnlijk kwam er vervolgens een versterking op te staan.
In eerste instantie kan dit een houten bouwwerk zijn geweest. Later werd de heuvel verder vergroot en ontstond vermoedelijk een stenen versterking. Uiteindelijk ontwikkelde het terrein zich tot een omgracht kasteelterrein dat in bezit was van de heren van Westkerke.
De oorspronkelijke kasteelberg moet aanzienlijk hoger zijn geweest dan het restant dat tegenwoordig nog zichtbaar is.
In de negentiende en het begin van de twintigste eeuw werd een groot deel van de berg afgegraven. In 1911 vond opnieuw een omvangrijke afgraving plaats.
Wat resteert is voor de geschiedenis van Tholen van grote betekenis. De Westkerkseberg vormt een tastbare herinnering aan bewoning en verdediging in dit gebied rond het begin van het tweede millennium.
De heerlijkheid Westkerke
Westkerke was vroeger geen eenvoudige buurtschap, maar een zelfstandige heerlijkheid.
De heren van Westkerke worden al in de eerste helft van de dertiende eeuw in bronnen genoemd. Zij beschikten bij het dorp over een burcht of versterkt huis.
Het gebied had een eigen bestuur en eeuwenlang een duidelijk eigen karakter.
Westkerke bleef zelfs tot 1816 een zelfstandige burgerlijke gemeente. In dat jaar werd het bij Scherpenisse gevoegd.
Het huidige kleine buurtschap is dus het restant van een gemeenschap die ooit een veel zelfstandiger positie innam.
De kerk van Westkerke
Westkerke bezat ook een eigen kerk. Deze was gewijd aan de heilige Adrianus. Daarmee was Westkerke niet alleen bestuurlijk, maar ook kerkelijk een afzonderlijke gemeenschap.
Tijdens de beginperiode van de Tachtigjarige Oorlog werd de kerk verwoest. Rond 1600 werden delen van het gebouw afgebroken.
De leien van het dak kregen een tweede leven. Ze werden naar Scherpenisse gebracht en gebruikt voor herstelwerkzaamheden aan de kerk daar.
De toren van Westkerke bleef nog veel langer staan. Deze werd gedeeltelijk hersteld en bleef tot in de negentiende eeuw aanwezig. Vanaf 1825 werd de toren uiteindelijk steen voor steen afgebroken.
Een inwoner van Westkerke kreeg toestemming om het bouwmateriaal voor zijn woning te gebruiken. Daarmee verdween een van de laatste zichtbare herinneringen aan het vroegere dorp Westkerke.
Het altaarstuk van Westkerke
Niet alles uit de kerk van Westkerke ging verloren.
Een bijzonder drieluik uit omstreeks 1525 heeft de eeuwen overleefd. Het altaarstuk wordt toegeschreven aan een Antwerpse schilder en toont voorstellingen uit het leven van Christus.
Het drieluik overleefde onder andere de Beeldenstorm en de verwoesting van de kerk.
Het kunstwerk kwam uiteindelijk terecht in het voormalige raadhuis van Scherpenisse. Nu hangt het in de trouwzaal van het oude stadhuis in Tholen. Daarmee bleef een bijzonder onderdeel van het religieuze erfgoed van het verdwenen kerkgebouw van Westkerke behouden.
Ook in de kerk van Scherpenisse bleef de herinnering aan Westkerke aanwezig. Nadat de inwoners hun eigen kerk niet meer konden gebruiken, werd voor de bestuurders van Westkerke een afzonderlijke overhuifde bank in de kerk van Scherpenisse gereserveerd.
Het ontstaan van Scherpenisse
Ook Scherpenisse zelf heeft een zeer oude geschiedenis.
In een oorkonde uit 1203 wordt een geestelijke genoemd met de naam Baldewinus van Scarpenesse. Daaruit blijkt dat er aan het begin van de dertiende eeuw al een kerkelijke gemeenschap bestond.
Waarschijnlijk was er toen ook al een kerk of kapel.
Scherpenisse ontstond in een landschap waarin waterlopen een belangrijke rol speelden. Door het leggen van dammen en het bedijken van gebieden veranderde het landschap.
In de loop van de middeleeuwen groeiden de afzonderlijke eilanden en polders uiteindelijk samen tot het eiland Tholen zoals wij dat tegenwoordig kennen.
De kerk van Scherpenisse
De huidige Hervormde Kerk behoort tot de belangrijkste monumenten van het dorp.
De geschiedenis van de kerk gaat terug tot de middeleeuwen. Het huidige gebouw dateert voor een belangrijk deel uit de vijftiende eeuw en was oorspronkelijk gewijd aan de Maagd Maria.
De kerk was vroeger aanzienlijk groter dan tegenwoordig. Zij ontwikkelde zich tot een indrukwekkende kruiskerk met een koor en dwarsschip.
In de achttiende eeuw waren delen van het gebouw zo bouwvallig geworden dat het koor en een groot deel van het dwarsschip werden afgebroken.
De zware toren bleef behouden, maar werd nooit volledig voltooid zoals oorspronkelijk was bedoeld.
In de toren hangt een oude klok uit 1484.
Ook in het interieur bevinden zich herinneringen aan vroegere generaties Scherpenissenaren, waaronder oude grafstenen en kerkmeubilair.
Het oude raadhuis
Een ander belangrijk historisch gebouw is het voormalige raadhuis van Scherpenisse.
Het gebouw dateert gedeeltelijk uit 1594. De bouw vond plaats in opdracht van Maria van Nassau, een dochter van Willem van Oranje.
Eeuwenlang werd vanuit dit gebouw het dorp bestuurd. Scherpenisse was tot de gemeentelijke herindeling van 1971 een zelfstandige gemeente.
Het raadhuis heeft bovendien een bijzondere band met het Cloveniersgilde. Op de zolder bevindt zich de gildekamer waar de gildebroeders nog altijd bijeenkomen.
Ook het oude drieluik uit de kerk van Westkerke wordt met het raadhuis verbonden.
Het Cloveniersgilde
Een van de meest bijzondere onderdelen van de geschiedenis van Scherpenisse is het Cloveniersgilde.
Het gilde werd opgericht in 1594, hetzelfde jaar waarin het raadhuis tot stand kwam. Maria van Nassau ondertekende het reglement van het gilde.
Een cloveniersgilde was oorspronkelijk een gewapende burgerwacht. De naam is afgeleid van de wapens waarmee de leden schoten. cloveniers gebruikten vuurwapens, zoals musketten en roeren.
De oprichting vond plaats in een onrustige tijd. De Tachtigjarige Oorlog was nog volop gaande en de bevolking moest rekening houden met oorlogshandelingen, rondtrekkende soldaten en mogelijke aanvallen.
Het Scherpenisser gilde had daarom oorspronkelijk een echte verdedigende taak: de bescherming van de inwoners.
De 62 cloveniers
Het oorspronkelijke cloveniersgilde kende een duidelijke organisatie.
Het bestond uit een deken, onderdeken, vier gezworenen, vier officieren en 52 gewone leden. Daarmee telde de organisatie in totaal 62 gildebroeders.
De leden oefenden zich in het gebruik van vuurwapens en stonden zo nodig klaar om het dorp en zijn inwoners te verdedigen.
Het lidmaatschap van het gilde genoot aanzien. Het was niet alleen een militaire organisatie, maar kreeg ook een belangrijke sociale functie.
Toen de oorspronkelijke verdedigende taak verdween, bleef het gilde bestaan.
Een uniek levend stuk erfgoed
Het Cloveniersgilde van Scherpenisse is bijzonder omdat de eeuwenoude traditie tot op de huidige dag is blijven voortbestaan. Volgens de Encyclopedie van Zeeland is het het enige nog bestaande cloveniersgilde.
Er wordt al lange tijd niet meer met de historische wapens geschoten. De sociale en ceremoniële gebruiken zijn echter blijven bestaan. Nieuwe gildebroeders leggen een eed af en tijdens de traditionele bijeenkomsten komen de leden samen in de gildekamer op de zolder van het oude raadhuis.
Een belangrijke traditie is het jaarlijkse teren. In de pinksterweek komen de gildebroeders meerdere avonden bijeen.
Daarbij worden nog oude voorwerpen gebruikt die tot het erfgoed van het gilde behoren, waaronder tinnen kannen.
Het Kloveniersgilde is daarmee geen verdwenen hoofdstuk uit een geschiedenisboek, maar levend erfgoed. Een traditie die in Scherpenisse al sinds 1594 van generatie op generatie wordt voortgezet.
Korenmolen De Korenbloem
Een ander beeldbepalend monument is korenmolen De Korenbloem.
Molens waren vroeger onmisbaar in een landbouwgemeenschap. Het graan dat op de omliggende akkers werd verbouwd, moest worden gemalen voordat het kon worden verwerkt.
De molenaar vervulde daardoor een belangrijke economische functie.
De Korenbloem herinnert aan een tijd waarin landbouwproducten grotendeels in of vlak bij het eigen dorp werden verwerkt.
Landbouw en landarbeiders
Landbouw vormde eeuwenlang de belangrijkste bron van bestaan.
De vruchtbare kleigrond rondom Scherpenisse en Westkerke was geschikt voor akkerbouw. Graan, aardappelen, suikerbieten, uien en andere gewassen bepaalden het landschap.
Naast boeren woonden er veel landarbeiders. Voor de mechanisatie was voor vrijwel iedere bewerking van het land menselijke of dierlijke kracht nodig.
Paarden trokken de ploegen en wagens. Grote groepen arbeiders waren nodig bij het wieden, rooien en oogsten.
Vanaf de twintigste eeuw veranderde dit snel. Tractoren en landbouwmachines namen steeds meer werkzaamheden over. Het aantal landarbeiders daalde en landbouwbedrijven werden groter.
Winkels, ambachten en dorpsleven
Scherpenisse kende vroeger een veel grotere middenstand dan tegenwoordig.
Er waren bakkers, slagers, kruideniers en andere winkeliers. Smeden, timmerlieden, schoenmakers en andere ambachtslieden voorzagen zowel de inwoners als de boeren uit de omgeving van hun diensten.
Cafés, kerken, scholen en verenigingen vormden belangrijke ontmoetingsplaatsen.
Veel van deze winkels en bedrijfjes verdwenen in de twintigste eeuw. Oude foto’s, advertenties, rekeningen en verhalen van inwoners zijn daardoor belangrijke bronnen geworden voor de geschiedenis van het dagelijkse leven.
De Pluimpot
De geschiedenis van Scherpenisse is nauw verbonden met de Pluimpot.
Deze voormalige zeearm drong vanaf de Oosterschelde diep het eiland binnen. Eeuwenlang vormde het water een belangrijke landschappelijke grens en verbinding.
Scherpenisse en Sint-Maartensdijk bleven lange tijd via de Pluimpot bereikbaar voor de scheepvaart.
Maar het water vormde tegelijkertijd een bedreiging. Stormvloeden konden via de zeearm diep het eiland binnendringen.
Na de Watersnoodramp van 1953 werd besloten de veiligheid te vergroten. In 1957 werd de Pluimpot afgesloten.
Daarmee veranderde een eeuwenoud onderdeel van het landschap ingrijpend.
Van zelfstandige gemeente naar gemeente Tholen
Scherpenisse was eeuwenlang een zelfstandige bestuurlijke eenheid.
Westkerke werd in 1816 bij de gemeente Scherpenisse gevoegd. Daarmee werden twee gebieden die historisch al eeuwen nauw met elkaar verbonden waren ook bestuurlijk samengebracht.
Scherpenisse bleef vervolgens een zelfstandige gemeente tot 1971.
Bij de gemeentelijke herindeling van het eiland werd Scherpenisse samen met de andere gemeenten onderdeel van de nieuwe gemeente Tholen.
Het oude raadhuis verloor daarmee zijn oorspronkelijke bestuurlijke functie, maar bleef als historisch gebouw behouden.