Poortvliet

Poortvliet is een van de oudste dorpen op het eiland Tholen. Het ligt midden in een uitgestrekt polderlandschap dat door eeuwen van bedijking, landbouw en strijd tegen het water zijn huidige vorm heeft gekregen.

De geschiedenis van Poortvliet gaat terug tot de middeleeuwen. Al rond 1200 wordt de plaats in geschreven bronnen genoemd. In die vroege geschiedenis nemen de burggraaf van Zeeland en de burcht of het kasteel van Poortvliet een bijzondere plaats in.

Later ontwikkelde Poortvliet zich tot een voornamelijk agrarisch dorp. De Sint-Pancratiuskerk, molen De Korenaar, oude boerderijen, straten, dijken en polders zijn tastbare herinneringen aan die lange geschiedenis.

Het ontstaan van Poortvliet

Poortvliet ontstond in een landschap dat er heel anders uitzag dan tegenwoordig. Kreken, schorren, slikken en waterlopen bepaalden het gebied. Door bedijkingen werd steeds meer grond geschikt gemaakt voor bewoning en landbouw.
De Poortvliet- en Mallandpolder behoort tot de oudste bedijkte gebieden van het eiland Tholen.
De oudste schriftelijke vermelding van Poortvliet dateert van omstreeks 1200. De plaats ontstond bij een inbraakgeul van de Pluimpot. 

De naam Poortvliet wordt meestal verklaard uit ‘port’ of ‘portus’, dat onder andere haven kan betekenen, en ‘vliet’, een stromend water.
Opmerkelijk is dat Poortvliet tegenwoordig op enige afstand van het grote buitenwater ligt. In de middeleeuwen was de relatie met het water veel directer.

Oud-Kerkhof

Mogelijk lag de oudste bewoningskern niet precies op de plaats van het huidige dorp.
De buurtschap Oud-Kerkhof, ten oosten van Poortvliet in de richting van Tholen, wordt in verband gebracht met een oudere nederzetting. De naam geeft al aan dat hier vermoedelijk een oude begraafplaats en mogelijk een vroeg kerkgebouw aanwezig zijn geweest.
In oude bronnen komen voor dit gebied ook namen voor die wijzen op oude bewoning en een kunstmatig verhoogde woonplaats. Hoe de overgang van deze vroegste bewoning naar het huidige Poortvliet precies heeft plaatsgevonden, is niet in alle details bekend.

Hugo van Voorne, burggraaf van Zeeland

Een van de belangrijkste personen uit de vroegste geschiedenis van Poortvliet is Hugo van Voorne.
Hugo behoorde tot het machtige adellijke geslacht Van Voorne en was rond 1200 burggraaf van Zeeland Beoostenschelde. De burggraaf vertegenwoordigde het grafelijke gezag en bekleedde daarmee een belangrijke bestuurlijke en militaire positie.

In 1199 kreeg Hugo van Voorne gronden bij Poortvliet in erfpacht van het kapittel van Oud-Munster te Utrecht.
Op of bij deze gronden liet hij een versterkt huis of een burcht bouwen. Daarmee kreeg Poortvliet rond 1200 een militaire betekenis die veel verder ging dan die van een gewone agrarische nederzetting.

De burcht van Poortvliet

De burcht van Poortvliet behoort tot de oudste bekende kastelen van dit deel van Zeeland.
Waarschijnlijk werd de versterking tussen 1199 en 1204 gebouwd in opdracht van Hugo van Voorne. Hoe het bouwwerk er precies uitzag, weten we niet.
Mogelijk was de eerste burcht een mottekasteel. Zo’n middeleeuwse versterking bestond uit een kunstmatig opgeworpen heuvel waarop een houten of stenen verdedigingstoren stond. Daaromheen konden een gracht, palissade en andere verdedigingswerken liggen.
Dat dit geen onbelangrijke versterking was, blijkt uit de gebeurtenissen van 1204.

De Loonse Oorlog

Na het overlijden van graaf Dirk VII van Holland in 1203 ontstond een strijd om zijn opvolging. Zijn dochter Ada en haar echtgenoot Lodewijk van Loon stonden tegenover Willem, de broer van de overleden graaf.
Deze strijd staat bekend als de Loonse Oorlog.
Hugo van Voorne koos de zijde van Ada en Lodewijk van Loon. Daarmee kwam hij tegenover de partij van Willem van Holland te staan.
De strijd bereikte ook Poortvliet. In 1204 werd de versterking van Hugo van Voorne door Hollandse troepen aangevallen.
De burcht werd ingenomen en verwoest.
Zelfs de middeleeuwse kroniekschrijver Melis Stoke maakte later melding van de strijd bij Poortvliet. Daaruit blijkt dat de burcht kennelijk een versterking van betekenis was.

Lambertus, kasteelheer van Poortvliet

Uit 1203 is nog een bijzondere vermelding bekend.
In een bron wordt een zekere Lambertus aangeduid als castellanus de Portvliete: kasteelheer van Poortvliet.
Over deze Lambertus is verder weinig bekend. Zijn vermelding is echter belangrijk, omdat hieruit blijkt dat Poortvliet rond 1200 daadwerkelijk een kasteel of versterking met een eigen kasteelheer kende.
Samen met de gegevens over Hugo van Voorne vormt dit een van de oudste schriftelijke hoofdstukken uit de geschiedenis van Poortvliet.

Het kasteel wordt herbouwd

Met de verwoesting in 1204 verdween het kasteel van Poortvliet niet definitief uit de geschiedenis.
De versterking werd later opnieuw opgebouwd, mogelijk op dezelfde plaats of in de directe omgeving. Poortvliet was inmiddels in handen gekomen van de graven van Holland.
Dat er in de veertiende eeuw nog een belangrijk grafelijk gebouw stond, blijkt uit rekeningen uit 1317-1319. Daarin wordt melding gemaakt van herstelwerkzaamheden aan ‘mijns heren huijsinghe te Poortfliet’.
Het kasteel was daarmee niet alleen een verdedigingswerk, maar ook een grafelijke residentie of bestuurlijk centrum.
De strategische ligging van Poortvliet speelde daarbij waarschijnlijk een belangrijke rol. Vanuit dit gebied konden verbindingen richting Vlaanderen en Brabant in de gaten worden gehouden.

Het latere slot van Poortvliet

Ook in latere eeuwen wordt het Huys of slot van Poortvliet nog in bronnen genoemd.
In de veertiende en vijftiende eeuw kwam het bezit achtereenvolgens in handen van verschillende vooraanstaande adellijke personen en geslachten.
Onder hen bevonden zich de heren van Beaumont en later leden van het geslacht Blois.
In 1405 werd Jan van Beaumont bevestigd in het bezit van de goederen van Poortvliet, waaronder het ‘Huys’. Daarna kwamen de bezittingen onder andere bij Lodewijk en Guy van Blois en hun nakomelingen terecht.

Na het overlijden van Guy Anthonis van Blois in 1527 wordt het moeilijker het lot van het kasteel te volgen.
Waarschijnlijk is het slot in de loop van de zestiende eeuw verdwenen. Op kaarten uit de tweede helft van die eeuw is het niet meer weergegeven.

Waar stond het kasteel?

Over de precieze ligging van het middeleeuwse kasteel bestaat geen volledige zekerheid.
Volgens de plaatselijke overlevering en beschrijvingen lag het voormalige slot ten westen van de kerk, in de omgeving van een vliedberg die in 1853 en 1854 werd afgegraven. Dit zou ongeveer ter hoogte van de huidige Prins Bernhardstraat zijn geweest.

Er zijn echter ook andere locaties voorgesteld.

Oude beschrijvingen noemen een terrein ten oosten van het dorp, richting Oud-Kerkhof, waar in de negentiende eeuw zware stukken muur zouden zijn aangetroffen. Andere onderzoekers zochten de plaats van het kasteel weer elders in de omgeving.
Het is bovendien mogelijk dat de burcht uit de tijd van Hugo van Voorne en het later herbouwde grafelijke kasteel niet exact op dezelfde plaats hebben gestaan.
Tot op heden zijn geen archeologische resten gevonden waarmee de ligging definitief kan worden vastgesteld.
Juist dat maakt het verdwenen kasteel tot een van de intrigerendste onderdelen van de geschiedenis van Poortvliet.

Poortvliet als grafelijk gebied

Poortvliet nam in de middeleeuwen een bijzondere positie in.
Het gebied stond sterk onder invloed van de graven van Holland en Zeeland. In oude stukken wordt gesproken over het ambacht Poortvliet en over grafelijke goederen en rechten.
Bestuur, grondbezit en rechtspraak waren in die tijd nauw met elkaar verbonden. Ambachtsheren en andere gezagsdragers bezaten rechten die tegenwoordig bij gemeente, provincie of rijksoverheid zouden liggen.
Dat Poortvliet al vroeg een burcht en grafelijke ‘huizinge’ kende, onderstreept de betekenis die de plaats in de middeleeuwen moet hebben gehad.

De Sint-Pancratiuskerk

Het belangrijkste middeleeuwse gebouw dat tegenwoordig nog wél zichtbaar is, is de Sint-Pancratiuskerk, tegenwoordig de Hervormde Kerk.
De kerk en haar zware toren behoren tot de beeldbepalende monumenten van Poortvliet.
De onderste delen van de toren dateren uit omstreeks 1350. Het gotische schip werd ongeveer een eeuw later gebouwd.

Voor de Reformatie was de kerk rooms-katholiek en gewijd aan de heilige Pancratius. In de zestiende eeuw veranderde de godsdienstige situatie en kwam het kerkgebouw uiteindelijk in protestantse handen.
Een brand in 1584 bracht schade toe aan het gebouw, waarna herstel volgde.
Door de eeuwen heen vonden verschillende verbouwingen en restauraties plaats. Tussen 1971 en 1975 werden kerk en toren opnieuw grondig gerestaureerd.
De kerk vormt samen met de kerkring het historische middelpunt van het dorp.

De Korenaar

Een ander belangrijk monument is korenmolen De Korenaar.
De stenen stellingmolen dateert uit 1710 en werd gebruikt voor het malen van graan. In een landbouwgemeenschap was de molenaar een onmisbare ambachtsman.

Boeren uit de omgeving brachten hun graan naar de molen. Het meel werd vervolgens gebruikt voor de voedselvoorziening van mens en dier en natuurlijk voor het bakken van brood.
De Korenaar is een tastbare herinnering aan de eeuwenlange samenhang tussen het dorp en de landbouw in de omliggende polders.

Landbouw en boerenleven

Na de middeleeuwen ontwikkelde Poortvliet zich steeds sterker tot een agrarische gemeenschap.
De vruchtbare zeeklei rondom het dorp bood uitstekende mogelijkheden voor akkerbouw. Graan, aardappelen, meekrap, suikerbieten, uien en andere gewassen werden in verschillende perioden verbouwd.
Boeren waren afhankelijk van landarbeiders, vooral tijdens arbeidsintensieve perioden zoals het zaaien, wieden en oogsten.
Paarden vormden eeuwenlang de belangrijkste krachtbron op de boerderij. Ze trokken ploegen, wagens en andere landbouwwerktuigen.
In de twintigste eeuw veranderde dit snel. Tractoren en landbouwmachines namen het zware werk over. Daardoor waren veel minder arbeidskrachten nodig en nam het aantal kleine landbouwbedrijven af.

Meekrap en meestoven

Ook de teelt van meekrap heeft in Poortvliet en omgeving een belangrijke rol gespeeld.
Uit de wortels van deze plant werd een rode kleurstof gewonnen voor het verven van textiel. Zeeland was eeuwenlang een belangrijk productiegebied.
De wortels moesten na de oogst worden gedroogd en verwerkt in speciale gebouwen, de zogenaamde meestoven.
De Stoofstraat in Poortvliet herinnert in haar naam aan dit verleden.
Door de komst van synthetische kleurstoffen verloor meekrap in de negentiende eeuw uiteindelijk zijn economische betekenis.

Winkels en ambachten

Poortvliet kende vroeger een levendige plaatselijke middenstand.
Er waren bakkers, slagers, kruideniers en andere winkeliers. Ambachtslieden zoals smeden, timmerlieden, wagenmakers, schoenmakers en schilders voorzagen de inwoners en boeren uit de omgeving van goederen en diensten.
De smid was bijvoorbeeld onmisbaar voor het beslaan van paarden en het repareren van landbouwwerktuigen.
Ook cafés en herbergen vervulden een belangrijke sociale functie. Hier ontmoetten inwoners elkaar, werden zaken besproken en nieuws uitgewisseld.
Met de komst van de auto, betere wegen en grotere winkels buiten het dorp verdwenen in de twintigste eeuw veel van deze kleine bedrijven.

Dijken, polders en water

De geschiedenis van Poortvliet kan niet los worden gezien van het water.
Het dorp ligt tegenwoordig midden op het land, maar ontstond juist in een gebied waar kreken en getijdenwater grote invloed hadden. Door bedijking werden polders gevormd. Dijken beschermden het nieuwe land tegen overstromingen, terwijl sloten en watergangen overtollig water moesten afvoeren.

De Poortvliet- en Mallandpolder is een van de grootste en oudste poldergebieden van Tholen.
Oude dijken, watergangen en hoogteverschillen in het landschap vertellen nog steeds iets over de manier waarop het land in verschillende fasen op het water werd gewonnen.

De Watersnoodramp van 1953

Op 1 februari 1953 werd ook Poortvliet zwaar getroffen door de Watersnoodramp.
Tijdens de stormvloed braken op verschillende plaatsen in Zeeland de dijken. Grote delen van het eiland Tholen kwamen onder water te staan.
Ook rondom Poortvliet liepen polders onder. Woningen en boerderijen werden beschadigd en inwoners moesten een veilig heenkomen zoeken.
De ramp liet diepe sporen achter in de gemeenschap.
Na 1953 werden de dijken hersteld en versterkt. 

Een zelfstandige gemeente

Poortvliet was eeuwenlang niet alleen een dorp, maar ook een zelfstandig bestuurlijk gebied.
In de moderne tijd vormde Poortvliet een zelfstandige gemeente met een eigen burgemeester en gemeenteraad. Tot het grondgebied behoorden naast het dorp ook verschillende buurtschappen en het uitgestrekte buitengebied.
Aan deze zelfstandigheid kwam op 1 juli 1971 een einde.
Bij de gemeentelijke herindeling werden de gemeenten op het eiland samengevoegd tot de nieuwe gemeente Tholen.

Het historische dorpsbeeld

Het verleden van Poortvliet is nog op verschillende plaatsen zichtbaar.
De kerkring met de Sint-Pancratiuskerk vormt het historische hart. De kerk en toren, molen De Korenaar, oude woningen, boerderijen en straten geven een beeld van de ontwikkeling van het dorp.
Maar ook wat verdwenen is, behoort tot het heemkundige verhaal.

Van de middeleeuwse burcht en het latere kasteel is bovengronds niets meer te zien. Toch herinneren oude bronnen, tekeningen, veldnamen en verhalen aan het bestaan ervan.
Hetzelfde geldt voor verdwenen winkels, boerderijen, meestoven, werkplaatsen en andere gebouwen die ooit deel uitmaakten van het dagelijkse dorpsleven.

Tholen
Poortvliet
Scherpenisse
Sint-Maartensdijk
Stavenisse
Sint-Annaland
Oud-Vossemeer
Scroll naar boven