Luchtfotografie onthult verborgen
archeologie op Tholen
Hoe kun je vanuit de lucht sporen ontdekken van landschappen en bewoning die al eeuwen verdwenen zijn? Die vraag stond centraal tijdens de lezing ‘Luchtfotografie en archeologie, een introductie’, die Heemkundekring Stad en Lande van Tholen op woensdag 30 september organiseerde in Sassegrave in Scherpenisse.
De belangstelling voor de avond was groot. Om iedereen de gelegenheid te geven de presentaties goed te volgen, was het aantal bezoekers beperkt. Uiteindelijk luisterden, inclusief het bestuur, 35 belangstellenden naar drie sprekers die ieder vanuit hun eigen expertise lieten zien wat luchtfoto’s, satellietbeelden en hoogtekaarten voor archeologisch onderzoek kunnen betekenen.
Na de inloop vanaf 19.00 uur heette secretaris Piet Quist de aanwezigen welkom. Hij vertelde dat een artikel uit 2022 over luchtfotoarcheologie, geschreven door Karel-Jan Kerckhaert, de aanleiding vormde voor het organiseren van deze avond.
Van metaaldetector naar luchtfotografie
Karel-Jan Kerckhaert, tegenwoordig publieksmedewerker bij het Zeeuws Archeologisch Depot, beet het spits af. Hij vertelde hoe zijn belangstelling voor archeologie al op jonge leeftijd ontstond. Voordat hij met een metaaldetector op pad ging, bestudeerde hij oude kaarten. Daarbij viel hem op dat rond oude boerderijen soms verkleuringen zichtbaar waren en gewassen niet overal op dezelfde manier groeiden.
Tijdens zijn studie archeologie in Gent maakte hij via Jean Bourgeois en Jacques Semeij nader kennis met luchtfotografie. Vanuit de lucht kunnen zogenaamde cropmarks en soilmarks zichtbaar worden. Cropmarks zijn verschillen in kleur of groei van gewassen, die bijvoorbeeld tijdens droge zomers archeologische structuren kunnen verraden. Soilmarks zijn verkleuringen in de bodem die samenhangen met structuren onder het maaiveld.
Kerckhaert liet ook zien dat voorzichtigheid bij de interpretatie noodzakelijk is. Cirkels in het Zeeuwse landschap die op het eerste gezicht op prehistorische kringgreppels leken, bleken bijvoorbeeld afkomstig te zijn van middeleeuwse graanoppers.
Een bijzondere samenloop is dat de luchtfoto’s van Semeij en Bourgeois tegenwoordig worden bewaard bij het Zeeuws Archeologisch Depot, waar Kerckhaert sinds juni 2026 werkzaam is. Hij sloot zijn verhaal dan ook af met een veelzeggende vraag: “Moet ik daar niet iets mee?”
Droge zomers maken het verleden zichtbaar
Senior-luchtfotografisch analist Katinka de Bakker nam de aanwezigen vervolgens mee in de praktijk van het speuren naar archeologische sporen. De uitzonderlijk droge zomer van 2018 zorgde ervoor dat op veel plaatsen structuren zichtbaar werden die normaal aan het oog ontsnappen.
Ook ging zij in op het citizen-scienceproject Erfgoed Gezocht. Daarbij helpen vrijwilligers bij het herkennen van archeologische verschijnselen, zoals grafheuvels, raatakkers en oude karrensporen.
Aan de hand van voorbeelden uit Zeeuws-Vlaanderen, waaronder Havikdijk en Hoofdplaat, liet De Bakker zien hoe luchtbeelden kunnen worden gecombineerd met historische kaarten. Een belangrijke les daarbij is dat het juiste moment bepalend kan zijn. Dezelfde locatie kan er in het voorjaar, midden in de zomer en in het najaar vanuit de lucht totaal anders uitzien.
Sommige waargenomen structuren zijn bovendien nog niet verklaard. De Bakker liet voorbeelden zien van sporen die mogelijk wijzen op een schans, een omgrachte site of zelfs resten uit de Romeinse tijd. Juist dergelijke waarnemingen laten zien dat luchtfotografie vaak het begin van verder onderzoek is en niet het eindpunt.
Satellieten en lasers
Na de pauze verbreedde Remko Willemstein, adviseur archeologie bij Erfgoed Zeeland, het onderwerp naar remote sensing. Hieronder vallen niet alleen luchtfoto’s van bijvoorbeeld drones, maar ook satellietbeelden en LiDAR.
Hoewel de technieken tegenwoordig zeer geavanceerd zijn, is archeologische luchtfotografie bepaald niet nieuw. Al aan het begin van de twintigste eeuw werden archeologische locaties vanuit de lucht gefotografeerd. Na de Eerste en vooral de Tweede Wereldoorlog nam het gebruik van luchtfotografie sterk toe.
Willemstein besteedde onder meer aandacht aan historische satellietbeelden en LiDAR. Met LiDAR kunnen met behulp van laserpulsen zeer nauwkeurige hoogtekaarten van het landschap worden gemaakt. Nederland beschikt daarvoor over het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).
Die gegevens vormden ook een belangrijke basis voor Erfgoed Gezocht. Aan dit project namen meer dan 6.500 mensen deel. Zij hielpen bij het analyseren van hoogtegegevens en het herkennen van mogelijke archeologische structuren. In slechts zes maanden werden duizenden sporen gevonden, waaronder resten van forten, een vliedberg, oude perceleringen en voormalige kreken.
Ook op Tholen valt nog veel te ontdekken
Dat deze technieken ook voor Tholen interessant zijn, bleek uit het laatste deel van de presentatie. Onder de titel ‘Een verhaal van Tholen?’ liet Willemstein zien hoe satellietbeelden in combinatie met historische bronnen aanwijzingen kunnen geven voor nog onbekende archeologische locaties.
Bij onder meer de Oudelandsedijk op Tholen en de Buurtweg bij Stavenisse zijn mogelijke sporen gesignaleerd die nader onderzoek verdienen. Daarmee kwam het onderwerp van de avond letterlijk dicht bij huis.
De grote belangstelling en de vele vragen maakten duidelijk dat luchtfotografie en archeologie tot de verbeelding spreken. Aan het einde van de avond werd daarom al voorzichtig gesproken over een vervolg, waarin bepaalde onderwerpen verder kunnen worden uitgediept.
De lezing liet vooral zien dat archeologie niet alleen een kwestie is van graven. Soms hoef je juist niet naar beneden, maar moet je omhoog kijken om het verleden in het landschap te kunnen herkennen.
Handige sites:
https://www.ahn.nl/
https://www.universiteitleiden.nl/erfgoed-gezocht
https://rce.webgis.nl/nl/map/erfgoedatlas